Wat voor renner ben ik? Vermogenscurve, kritisch vermogen en rennersprofiel

Het tabblad Prestatie op de Voortgang-pagina beantwoordt de vraag die iedereen zich stelt zodra hij met een vermogensmeter gaat fietsen: wat voor renner ben ik? Een sprinter die op de klim moet lossen, of een diesel die nooit een sprint wint? Ik heb het nagekeken op mijn eigen seizoen 2026, en het antwoord verraste me twee keer. Dit is het tweede artikel van de serie over de Voortgang-pagina — na het tabblad Vorm.

Wat voor renner ben ik? Vermogenscurve, kritisch vermogen en rennersprofiel
Sprinter
zo noemt de app me voor de laatste 90 dagen. Voor het hele seizoen — ‘Allrounder’. Beide antwoorden kloppen, en zo meteen laat ik zien waarom.
184 WFTP, ingevoerd na een ramptest in september
184 Wkritisch vermogen uit de vermogenscurve
8,3 kJW′-reserve boven het kritisch vermogen
1,98 W/kgbij 93 kg, op 7 oktober

Wat er op het tabblad Prestatie staat

Het tabblad Prestatie heeft tien kaarten. Vier daarvan beantwoorden de vraag uit de titel, en daar gaat dit artikel over:

KaartVraagWaar je op let
Vermogen-duurcurveHoeveel houd ik vol over 30 seconden, 5 minuten, een uur?de vorm en de periodevergelijking
Kritisch vermogen (boven de curve)Waar ligt mijn grens voor een ‘lange’ inspanning?CP, W′ en de kwaliteit van de fit
RennersprofielWaar ben ik sterk in, en waar zwak?de vorm van de vijfhoek, niet één getal
RecordsWanneer heb ik voor het laatst mijn beste prestatie verbeterd?gouden stippen en data
Gewicht en W/kgStijgt mijn relatieve vermogen — en waarom?de verandering verdeeld over FTP en gewicht

De overige kaarten — zones, energiesystemen, intensiteitsverdeling, efficiëntie en vermogen per helling — beschrijf ik in de volgende artikelen van de serie.

De vermogenscurve: je beste vermogen voor elke duur

De vermogenscurve toont het beste gemiddelde vermogen dat je in de gekozen periode 30 seconden, een minuut, 3, 5, 8, 10, 20, 30, 60 en 90 minuten hebt volgehouden. Elk punt is een andere inspanning, vaak uit een andere rit. De tijdas is logaritmisch, omdat het verschil tussen 30 seconden en een minuut even belangrijk is als dat tussen een uur en anderhalf uur. Meer over de curve zelf schrijf ik in het artikel over de vermogenscurve. Zo ziet mijn seizoen eruit:

100 W 200 W 300 W 400 W 30 s 1 min 3 min 5 min 10 min 20 min 30 min 1 h 90 min 400 W 333 W 3–10 min: ramptest 16 september 20–60 min: rit van 18 juni CP 184 W beste vermogen dit seizoen kritisch-vermogenmodel
Beste gemiddelde vermogen voor elke duur, 1 januari – 15 oktober 2026, en het kritisch-vermogenmodel, gefit op de inspanningen van 3–10 min. Gegevens uit WattLog.pro.

Het belangrijkste om te weten over deze curve: ze laat zien wat je hebt gereden, niet wat je kunt. Al mijn records van 3 tot 10 minuten komen uit één rit — de ramptest van 16 september, waarvan de laatste minuten tot opgeven worden gereden. De records over 20, 30 en 60 minuten komen uit één junirit uit Strava. Mijn beste 20 minuten zijn 165 W, maar 90% van mijn FTP — niet omdat ik niet harder kan, maar omdat ik dit seizoen nooit 20 minuten voluit heb gereden.

Een dip in de curve is dus meestal een ontbrekende poging, geen zwakte. Wil je dat de curve de waarheid vertelt over een bepaalde duur, dan moet je die duur minstens één keer hard rijden.

Vergelijken met de vorige periode

Boven de grafiek staat het vinkje ‘Vergelijk met vorige periode’. Dat tekent de curve erbij uit een even lange periode die de dag vóór de gekozen periode eindigt — voor ‘90 dagen’ zijn dat de 90 dagen daarvoor. Bij mij vergelijkt dat de herfst met het voorjaar:

−10 W 0 W +10 W +20 W +30 W −16 30 s +25 1 min +5 3 min +5 5 min +5 8 min +5 10 min −7 20 min −8 30 min −11 1 h +6 90 min Herfst (18 juli – 15 oktober) min voorjaar (19 april – 17 juli)
Beste vermogen van de laatste 90 dagen min beste vermogen van de 90 dagen daarvoor, voor elke duur. Gegevens uit WattLog.pro.

In de herfst was ik sterker over een minuut (+25 W) en bij inspanningen van 3–10 minuten (+5 W), en zwakker over 20 minuten en een uur (−7 tot −11 W). Dat is precies het beeld van mijn training: in de herfst deed ik ERG-intervallen en één ramptest, en geen enkele lange, zware rit. De curve zegt niet dat ik uithoudingsvermogen ben verloren — ze zegt dat ik het niet heb getest. De uitzondering is 90 minuten (+6 W): één lange sweet-spottraining in ERG-modus op 6 oktober.

Kritisch vermogen en de W′-reserve

Boven de curve toont de app vier getallen: het kritisch vermogen (CP), de W′-reserve, de kwaliteit van de fit en uit hoeveel inspanningen ze zijn berekend. CP is het vermogen dat je theoretisch heel lang kunt volhouden; W′ is de voorraad arbeid die je daarboven kunt uitgeven voordat je moet inhouden [1, 2]. Het model is eenvoudig:

P(t) = CP + W′ / t

De app fit het op je beste inspanningen tussen 2 en 12 minuten — bij mij de records over 3, 5, 8 en 10 minuten — en heeft minstens drie zulke punten nodig. Mijn uitkomsten:

WaardeWat het betekent
Kritisch vermogen184 Wevenveel als mijn FTP
W′-reserve8,3 kJbij 250 W genoeg voor ongeveer 2 minuten
Kwaliteit van de fitR² 0,90 · ±4 Ween middelmatige fit — zie de CP als schatting
Gefit op4 inspanningen, 3–10 minallemaal uit één ramptest

W′ begrijp je het makkelijkst met een voorbeeld. 8,3 kJ is 8300 J. Als ik 250 W rijd, dus 66 W boven CP, verbruik ik 66 J per seconde en is de reserve na ongeveer 126 seconden op. Bij 200 W, maar 16 W boven CP, zou hij bijna 9 minuten meegaan. Daarom kost een korte, felle aanval evenveel als een lange, gematigde versnelling. Meer over werk boven de drempel schrijf ik in het artikel over FRC.

De kwaliteit van de fit wordt bewust getoond. Een R² van 0,90 is lager dan ik zou willen, en alle vier de punten komen uit één ramptest, waarin de opeenvolgende minuten geen aparte inspanningen voluit zijn. Mijn kritisch vermogen beschrijft dus eerder het einde van een ramp dan wat ik in een wedstrijd zou rijden. Vergeleken met het voorjaar (179 W) steeg het met 6 W — en ook hier is het goed te onthouden dat beide getallen uit ramptests komen. Hoe je de uitslag van een ramptest leest, beschrijf ik in het artikel over het interpreteren van een ramptest.

Rennersprofiel: de vorm, niet het getal

Het rennersprofiel neemt vijf beste inspanningen — 30 seconden, een minuut, 5, 20 en 60 minuten — en deelt elk door je FTP. Zo heeft het geen gewicht nodig en geen tabellen met uitslagen van andere renners: het vergelijkt je met jezelf. Het resultaat is een vijfhoek, die de app afzet tegen de referentievorm van een gemiddelde allrounder:

1× FTP 2× FTP Sprint 30 s Anaeroob 1 min VO₂max 5 min Drempel 20 min Duurvermogen 60 min seizoen laatste 90 dagen referentievorm
Beste inspanningen als veelvoud van de FTP (184 W): het hele seizoen en de laatste 90 dagen, tegen de referentievorm van de app. Gegevens uit WattLog.pro.
AsReferentieSeizoenLaatste 90 dagen
Sprint, 30 s2,40× FTP2,17× (400 W)2,09× (384 W)
Anaeroob, 1 min1,90×1,81× (333 W)1,81× (333 W)
VO₂max, 5 min1,20×1,19× (218 W)1,19× (218 W)
Drempel, 20 min1,05×0,90× (165 W)0,86× (158 W)
Duurvermogen, 60 min0,95×0,85× (156 W)0,79× (146 W)
TypeAllrounderSprinter

De regel is eenvoudig. Elke as wordt gedeeld door de referentie. Daarna vergelijkt de app het korte uiteinde (het gemiddelde van 30 seconden en een minuut) met het lange (het gemiddelde van 20 en 60 minuten), en de 5 minuten met beide. Steekt een kant minstens 0,08 boven de andere uit, dan krijg je een naam: Sprinter, Diesel of Puncheur. Steekt niets uit — Allrounder.

Over het hele seizoen ligt mijn korte uiteinde 0,055 voor op het lange — te weinig om een type te noemen. Voor de laatste 90 dagen is dat 0,086, omdat de junirit van een uur uit de periode is gevallen en de 20 en 60 minuten zijn gedaald. Tussen juni en oktober ben ik geen sprinter geworden. Ik ben gewoon gestopt met lange, harde stukken rijden, en het profiel heeft dat gemerkt. Daarom zegt de kaart het ronduit: lees de vorm, niet één getal.

Eén opmerking over de assen. Ze zijn allemaal een veelvoud van je huidige FTP, dus als je FTP stijgt, krimpt de hele vijfhoek, ook al blijven de watts gelijk. Mijn FTP steeg dit seizoen van 114 W in april naar 184 W in september — het profiel van april zou er met de huidige FTP uitzien als dat van een veel zwakkere renner. Wil je jezelf vergelijken met tabellen van andere renners, dan zijn daar andere hulpmiddelen voor — over het vermogensprofiel in de 4DP-test en over W/kg-tabellen schrijf ik apart.

Records

De kaart Records toont het beste vermogen voor elke duur — van 30 seconden tot 90 minuten — en daaronder je recente pogingen. Gouden stippen zijn persoonlijke records; een klik op een punt opent de rit waarin het werd neergezet. Je kunt eigen segmenten toevoegen van 30 seconden tot 2 uur, bijvoorbeeld een ‘klim van 8 minuten’ als je vaak hetzelfde stuk rijdt.

DuurRecordWanneerRit
30 s400 W17 junirit uit Strava
1 min333 W14 oktoberroute in de app
3–10 min228–193 W16 septemberramptest
20–60 min165–156 W18 junirit uit Strava
90 min141 W6 oktoberERG-training (sweet spot)

Het is de enige kaart op de Voortgang-pagina die niet afhangt van de gekozen periode — een record blijft een record. Daarom loont het om haar samen met de vermogenscurve te lezen: de curve zegt wat je nu kunt, de records wat je ooit kon. Mijn 20–60 minuten uit juni zijn vandaag records die de curve van de laatste 90 dagen niet meer bevat.

Gewicht en W/kg

De laatste kaart toont je lichaamsgewicht uit de wegingen en W/kg, oftewel FTP gedeeld door gewicht. Interessanter dan het getal zelf is dat de app elke verandering in W/kg in twee delen splitst: hoeveel kwam van de verandering in FTP, en hoeveel van de verandering in gewicht.

DatumFTPGewichtW/kgVerandering door FTPVerandering door gewicht
17 september178 W96 kg1,85
18 september178 W94 kg1,890+0,04
21 september184 W94 kg1,96+0,060
28 september184 W93 kg1,980+0,02
1 oktober184 W92 kg2,000+0,02
7 oktober184 W93 kg1,980−0,02

In drie weken steeg mijn W/kg van 1,85 naar 1,98. Bijna de helft kwam van de FTP, de andere helft van 3 kilo minder. Dat is een belangrijk onderscheid: W/kg die via gewicht verbetert, helpt alleen bergop, W/kg die via watts verbetert, helpt overal. Wanneer W/kg ertoe doet en wanneer niet, beschrijf ik in het artikel is W/kg de enige maatstaf.

Wat ik hieruit meeneem

  • De vermogenscurve toont pogingen, geen vermogen. Heb je nooit 20 minuten hard gereden, dan weet de curve niet wat je over 20 minuten kunt.
  • De periodevergelijking vertelt over je training. Mijn herfst voegde 25 W toe aan de minuut en haalde 11 W van het uur af — precies zoals ik trainde.
  • Kijk waar je kritisch vermogen vandaan komt. Een CP uit één ramptest met een R² van 0,90 is een schatting, geen testuitslag.
  • Het rennerstype verandert met de periode. Eén ontbrekende lange rit maakte een sprinter van me.
  • Splits W/kg in watts en kilo’s. Dezelfde +0,1 W/kg betekent iets anders als die van de FTP komt dan als die van het gewicht komt.

Volgende in deze serie: zones, energiesystemen en intensiteitsverdeling — oftewel of ik in de juiste verhoudingen train.

Bronnen

  1. Monod H, Scherrer J. The work capacity of a synergic muscular group. Ergonomics. 1965;8(3):329–338. doi:10.1080/00140136508930810
  2. Jones AM, Vanhatalo A, Burnley M, Morton RH, Poole DC. Critical power: implications for determination of VO2max and exercise tolerance. Med Sci Sports Exerc. 2010;42(10):1876–1890. doi:10.1249/MSS.0b013e3181d9cf7f
  3. Pinot J, Grappe F. The record power profile to assess performance in elite cyclists. Int J Sports Med. 2011;32(11):839–844. doi:10.1055/s-0031-1279773
  4. Allen H, Coggan AR, McGregor S. Training and Racing with a Power Meter. 3rd ed. Boulder, CO: VeloPress; 2019.

Bekijk je eigen seizoen in dezelfde grafieken

Koppel Strava, en WattLog.pro importeert je ritten van de laatste 12 maanden en vult de Voortgang-pagina meteen: fitheid, vermogenscurve, zones en efficiëntie.

Probeer WattLog.pro gratis →

← Alle blogberichten