Vermogensverschillen: hometrainer vs. pedalen — wie vertrouw je bij het lezen van de grafiek?
Een hometrainer en pedalen tonen bijna nooit hetzelfde vermogen — een verschil van 5–15 W (2–5%) is de norm, omdat ze op twee verschillende punten van de aandrijving meten. Pedalen (of crank) vangen het vermogen vóór de kettingverliezen, de trainer erna, dus de trainer toont meestal 2–4% minder. Vertrouw bij het lezen van de grafiek één consistente bron — bij voorkeur de pedalen — en behandel de andere als referentie, niet als absolute waarheid.
Vermogen is het product van kracht op het pedaal en hoeksnelheid — maar tussen het pedaal en het vliegwiel van de trainer zitten de ketting, cassette en rollen, die een deel van de energie „opeten" (drivetrain-verlies, typisch 2–4%). Daarom meten een pedaalvermogensmeter en de ingebouwde meting van de trainer echt verschillende grootheden. Het is geen „fout" — het zijn twee verschillende plekken op hetzelfde vermogenspad.
Waar de verschillen vandaan komen
- Drivetrain-verlies — ketting en cassette absorberen 2–4%. De trainer (na de aandrijving) toont minder dan de pedalen (ervoor). Een vuile, versleten ketting vergroot het verschil.
- Meetplek — pedalen meten beide benen of één ×2, een crank aan de spider, de trainer bij de weerstandsunit. Elk heeft een ander referentiepunt.
- Fabrikantnauwkeurigheid — goede pedalen claimen ±1–2%, goedkopere trainers ±3–5%. Samen kan het verschil groeien.
- Temperatuur en kalibratie — een ongekalibreerde trainer drift met de temperatuur en voegt enkele watts fout toe.
Welke vermogensmeting is nauwkeuriger — trainer of pedalen?
Meestal is de pedaal- of crankvermogensmeter nauwkeuriger en „draagbaarder", omdat hij het vermogen bij de bron meet en ook buiten met je meegaat. De trainer is handig en herhaalbaar, maar meet na de aandrijving en heeft regelmatige kalibratie nodig. Heb je beide, houd je dan voor vergelijkingen met wegrijden aan de pedalen — de context beschrijft ook het stuk over genormaliseerd vermogen (NP).
Wie vertrouw je bij het lezen van de grafiek
De belangrijkste regel: kies één bron van waarheid en houd je er consistent aan. Pedaal- en trainervermogen in één analyse mengen vervalst CTL-, TSS- en zonetrends.
- Voor zones en FTP — gebruik dezelfde meter waarmee je de Ramp Test doet. Een op pedalen gemeten FTP zet zones voor pedalen, niet voor de trainer.
- Voor indoor/outdoor-vergelijkingen — alleen pedalen geven consistentie, want ze gaan overal mee.
- Voor records — meng geen bronnen, want 10 W verschil vervalst je maxima.
Moet je het trainervermogen corrigeren naar de pedalen?
Je hoeft niet te „corrigeren" — het volstaat om bewust één bron te kiezen en er consistent op te trainen. Heb je in de app beide gekoppeld, schakel er dan één uit als opnamebron zodat TSS en zones consistent rekenen. Voor belastingplanning telt herhaalbaarheid, niet absolute overeenkomst met het andere apparaat — zie vermogensmeter kiezen.
Samenvatting
Een verschil van 5–15 W tussen trainer en pedalen is geen defect, maar het effect van meten op verschillende aandrijfpunten en kettingverliezen. Jaag niet op het „echte" getal — kies één consistente bron (bij voorkeur pedalen of crank), doe daarop FTP, zones en de vermogenskromme, en behandel de andere als ruwe referentie. Houd de aandrijving schoon en kalibreer de trainer, dan zijn je cijfers herhaalbaar — en in training gebouwd op de PMC-grafiek beslist herhaalbaarheid, niet de absolute waarde, over vooruitgang.
Train slimmer met WattLog.pro
WattLog.pro verzamelt gegevens van je trainer en laat zien wat er echt met je vorm gebeurt.
Probeer WattLog.pro gratis →